We zijn onderweg naar Hankavan, een plaats ten noorden van Jerevan op ruim een uur rijden. AMAA, de organisatie waar wij mee samenwerken, heeft hier een faciliteit waar zomers vakantiekampen worden georganiseerd. Nu hebben ze hun deuren geopend voor vluchtelingen. Als ik het terrein van het zomerkamp oploop, zie ik vrolijke kinderen. Over hun toekomst denken ze niet na. Maar soms dringt bij hen het besef door dat het nooit meer zo zal zijn als vroeger.

“Mama, wanneer gaan we weer naar huis?”. “Mama, wanneer komt papa thuis?”. Vragen die door de kinderen van Artsakh* bijna dagelijks aan hun moeder worden gesteld. Maar mama heeft het antwoord niet. En als ze het antwoord wel heeft durft ze het haar kinderen niet te vertellen. Voor veel kinderen van Artsakh is er geen thuis meer. Het gebied waar hun huis staat is afgestaan aan een ander land. Zij kunnen nooit meer terug. Nooit meer naar hun oude school. Nooit meer spelen met vriendjes en vriendinnetjes. Veel kinderen hebben hun vader verloren. Hij komt nooit meer terug.

Met z’n Allen in Een Kamer

Hier in het zomerkamp zijn ruim 150 vluchtelingen opgenomen. Met meerdere gezinnen in een ruimte. Soms met vier generaties. En dat is behelpen. Maar de familiebanden zijn sterk. Soms is er contact met de mannen aan het front. Op het terrein kom ik Rita tegen. Ze is druk in de weer met haar mobieltje. Rita vertelt me dat zij met haar moeder, twee dochters en oma is ondergebracht in een kamer. En dat ze zich grote zorgen maken. Haar broer wordt vermist. Al dagen zijn zij op zoek en bellen ze met ziekenhuizen en mortuaria. Maar zonder resultaat. Als ik hen de volgende dag weer tegenkom is de verslagenheid groot. Haar broer is omgekomen. Waar zijn lichaam zich bevindt is niet bekend.

Lang Zal je Leven

Halsoverkop moeten vluchten, alles achter moeten laten, man aan het front, overnachten met meerdere gezinnen in een kamer, geen uitzicht op terugkeer en dan de verjaardag vieren van je zoontje dat drie jaar is geworden. Mira, een jonge moeder die met zussen, schoonzus, moeder, oma en acht kinderen twee kamers moet delen, vertelt me dat ze niet in de stemming zijn om feest te vieren. “Maar we doen het voor de kinderen. Zij hebben het al moeilijk genoeg”. Het zijn sterke mensen; de vluchtelingen van Artsakh. Ondanks hun omstandigheden en slechte vooruitzichten gaan ze niet bij de pakken gaan zitten. Ik ben erg onder de indruk van hun veerkracht.

*) Het gebied Nagorno Karabakh wordt door de Armeniërs aangeduid als Artsakh. Nagorno is Russisch en betekent bergachtig. Karabakh heeft een Turkse oorsprong en betekent zwarte tuin. In 2017 werd de republiek Nagorno Karabakh hernoemd tot Republiek Artsakh, naar een van de provincies van het oude Armeense koninkrijk waar het destijds deel van uitmaakte.

Meer weten over het project in Armenië of doneren? Klik hier.

Bert Dokter is directeur van stichting Mission Possible Nederland.