Oude jongste broer

Hernández Dagua werd in 1938 geboren in Montalvo, een klein jungledorp op een uur vliegen van Shell. Toen hij 17 was, trouwde hij. Mensen nodigden hem graag uit op hun feesten, want hij kon ontzettend goed overweg met de panfluit en de turumpa (een lang, éénsnarig instrument dat bespeeld wordt door over de snaar te blazen en tegelijkertijd met de vingers te tokkelen -> zie onderstaand filmpje).

Thuis echter was hij minder aangenaam gezelschap. Hij was vaak dronken. Hij sloeg en mishandelde zijn vrouw. Zijn kinderen waren bang voor hem en verachtten hem.

Een stille kerkbezoeker

 

 

Oude jongste broer in Ecuador

Een half jaar geleden kwam Hernández, inmiddels tachtig jaar, in onze kerk. Hij kwam met zijn dochter mee. Hij zat naast de enige andere oude man en zei dat hij terug wilde komen. Sindsdien is hij een trouwe bezoeker van de diensten geweest. Het Spaans niet machtig, kiest hij ervoor om naar de tweetalige kerk in ons dorp te komen in plaats van naar een kerk dichter bij huis te gaan. Hij zegt niets, hij is er gewoon.

Verlangen om gedoopt te worden

Toen wij na ons verlof in Nederland weer hier thuis naar de kerk gingen, was ook meneer Dagua er weer. Hij vertelde aan Jaap dat hij graag gedoopt wilde worden. Bij navraag bleek dat hij dit tijdens onze afwezigheid ook verschillende keren had aangegeven. Hij gaf aan dat zijn hart veranderd is en zijn leven ook. Hij wil voortaan voor Jezus leven en daarna naar de hemel.

Nu is hij onze oude jongste broer

Vanwege zijn leeftijd en omdat hij slecht ter been is, zijn de catechisatielessen bij meneer Dagua thuis gegeven. Elke woensdagavond gingen Jaap en de andere catechisanten naar zijn huis. En uiteindelijk is Hernández Dagua vorige week zondag door dominee Klever Mayancha gedoopt in de rivier die langs ons dorp stroomt. Ook hij is nu een broer, een lid van die grote wereldwijde familie, waarvan God Zelf de Vader is, omdat Hij ons vergeven en tot kinderen aangenomen heeft vanwege Jezus Christus.

 


Ons Wasi Punku: een ‘huisdeur’ voor eendjes

Je wasi punku is het stukje land rondom je huis. Het betekent letterlijk ´huisdeur´ en komt uit de tijd dat de indianen voor de Spaanse grootgrondbezitters moesten werken. In ruil voor gratis arbeid, mochten de indianen zaaien en oogsten op hun wasi punku. Dat onrecht is 50 jaar geleden recht gezet, maar de naam voor je tuintje is nog hetzelfde.

Linda in het water

Toen Jezus naar deze wereld kwam, werd hij geboren in een gewone familie en leefde zoals zijn tijdgenoten. Wij willen dit voorbeeld zoveel mogelijk volgen en proberen dus op het niveau en volgens de gebruiken van onze buren te leven. Wij hebben ook een wasi punku, waarin twee visvijvers zijn uitgegraven. Helaas verdween de meerderheid van de 1400 visjes die we hadden uitgezet door toedoen van ijsvogels, palingen, slangen, poezen en waarschijnlijk ook hongerige buren. Uiteindelijk bleven er maar 35 over voor onszelf... Tot overmaat van ramp legde de gemeente een weg langs de vijver, waardoor de afvoer onbruikbaar werd en daarmee ongeschikt voor het kweken van vis.

Linda kwam met het idee om dan maar eenden te gaan houden. Van de acht eendekuikens is er een dood gegaan. Inmiddels zijn ze groot genoeg voor een nieuwe fase. De eenden hebben drie koppeltjes gevormd en Linda heeft rond het water nestplaatsen voorbereid. Onze wasi punku is een patu punku (eendendeur) geworden. Nu nog afwachten of de vrouwtjes het goed genoeg vinden om eieren in te leggen...

Linda met de eenden


Home-schooling? Onze kinderen gaan gewoon naar de dorpsschool


'Doen jullie aan home-scholing?' is een van de eerste vragen die we krijgen als we over ons werk in Ecuador vertellen. En: 'Mag je dat je kinderen wel aandoen?' Als blijkt dat ze net als de buurkinderen naar een overheidsschool gaan. Gelukkig leven we niet in een land in crisis en kun je met een Ecuadoriaanse basisopleiding prima verder studeren. 

Wij vinden het emotioneel welzijn van onze kinderen heel belangrijk. We willen graag dat ze zich thuis voelen in het dorp. Waar kun je dat beter leren dan op school? Zelf leerden wij op school van de juf dat een kind zich elke dag moet douchen. We leerden dat pizza ongezond is, dat je geen vingers af mag likken en dat een jongen altijd hoffelijk tegen meisjes moet zijn. Met onze kinderen op de dorpsschool krijgen we de kans om de andere ouders te leren kennen in het klassenbestuur en op de vergaderingen.

Overal een naam op

Deze week maken we mee wat elke ouder jaarlijks op zijn bordje krijgt. De ouders moeten in een week alle schoolspullen kopen. Voor iedere groep is een aparte lijst opgesteld. Van schriften en potloden tot specifieke boeken. Van knutselkarton tot passer, van wc-papier tot kliederschort. Alle boeken en schriften moeten van een mooie kaft voorzien worden (plus plastic hoesje). En in de schriften moeten karatulas komen; een tekening op de eerste bladzijde. Het is niet altijd gemakkelijk om genoeg inspiratie te hebben voor 14 tekeningen... Je hebt tot het eind van de eerste volledige schoolweek om alles, voorzien van naam (zelfs iedere pen, stift en potlood!), in te leveren.

Linda tekent in de schriftjes

Klappen van de zweep

Wij als ouders zijn er maar druk mee, maar de kinderen hebben wel een rustig begin van het schooljaar. De eerste week hebben alle kinderen namelijk alleen een etui en een oud schrift bij zich. In dat oude schrift wordt alles opgeschreven dat geschreven moet worden: rekenen, taal, Engels, huiswerk… Het is alweer het vijfde jaar dat we meedraaien. Gelukkig kennen we intussen het klappen van de zweep en beetje. We weten wat we waar het beste kunnen kopen en ook wat we moeten doen als er iets niet lukt.

Tekeningen