Ik heb alles wat m’n hartje begeert: een huis, een auto, kleren te over, werk, geld op m’n spaarrekening. Ik kan eten, wat ik wil, waar ik wil, wanneer ik wil. Ik kom niets, maar dan ook niets tekort. En dan heb ik het nog niet eens over m’n heerlijke gezin, mijn fantastische tuin, warm water in de douche, vrede in m’n land, fietsen en hardlopen waar ik wil. Vrienden, familie en ga zo maar door. 

Contrast met de mensen die ik 'ontmoet'

Een schril contrast met de mensen die ik ‘ontmoet’ via mijn werk voor EO metterdaad. Deze maand voeren we actie voor Jemen met de campagne 21 voor Jemen. Op dit moment zijn namelijk bijna 21 miljoen Jemenieten in nood! In het land heerst al jaren oorlog. Zo’n smerige, waar gestookt wordt tussen verschillende lokale stammen en verschillende geloofsopvattingen, met maar één doel: onrust en chaos creëren. Om vat te krijgen op strategische havens, oliegronden etc. En wie trekken er aan het langste eind? Juist, de rijken.

De ellende is dat ons land daar prima aan mee doet. Mogelijk zijn er de afgelopen jaren zelfs Nederlandse wapen gebruikt in de strijd. Ook wij hebben belang bij een lage olieprijs. Allemaal niet ‘out in the open’ natuurlijk. Maar ‘wij’ rijke westerse landen hebben baat bij instabiliteit en ellende in andere delen van de wereld.

Wie betaalt de prijs?

Ik woon in zo'n rijk, westers land. Ik profiteer van onze positie. Wat moet ik daarmee? Moet ik daar überhaupt wat mee? Er zijn tijden geweest dat ik me schuldig voelde, moeilijk kon genieten van overdaad, me opgelaten voelde bij uiteten gaan, nieuwe kleding etc. Want wie betaalt de prijs voor die rijkdom en overdaad?

Nou, Giad bijvoorbeeld. Een jongetje van vier maanden oud, met ernstige ondervoedingsproblemen. En zijn vader, die zijn vrouw en andere vier kinderen niet kan voeden en onderhouden, omdat een oorlog hem van huis en haard heeft gedreven. In pure armoede wonen deze mensen. Ik ‘ontmoet’ ze als ik werk aan de nieuwe campagne rondom Jemen. Ik scroll door de foto’s en het filmmateriaal van baby Giad op zoek naar de beelden die de situatie goed weergeven.

Terwijl ik naar het magere lijfje kijk, denk ik niet eens aan wat ik normaal gesproken allemaal eet. Pas als ik met deze column bezig ben, besef ik dat. 's Ochtends warme havermout met appel en een banaan. 's Middags een gebakken ei, 5 knäckebrödjes met kaas en tomaatjes, Japanse wijnbessen en pruimen uit de tuin. In de avond kipfilet met sperziebonen, champignons en aardappelen en nog wat chips en drop. En morgen ga ik uit eten: en ik kijk nu al uit naar de geitenkaas in bladerdeeghapjes die het restaurant op een bedje van veldsla serveert. 
Dit is niets bijzonders. Dit is een heel normale dag, een doorsnee week. Maar hoe gewoon is het? Hoe vaak realiseer ik mij dat ik bij de 5 procent rijksten ter wereld hoor? Hoe vaak tel ik mijn zegeningen nog?

Genoeg is genoeg

Je kunt je giften geven, meedoen aan ‘verspil geen voedsel’ apps. Je bent dan best lekker bezig, met een wereld groter dan jezelf. Tegelijkertijd - ik weet niet hoe het met jou zit - komt een terrasje of een etentje buiten deur regelmatig voor of wordt er weer een pakketje afgeleverd door een bezorger. Soms voel ik me er nog steeds unheimisch over.

Ik voel me er inmiddels niet meer schuldig over: rijkdom is een zegen en ik mag ervan genieten. Tegelijkertijd blijf ik erover nadenken. Ben ik tevreden met genoeg? Hoe kan ik oefenen om de hebzucht in mezelf te beteugelen? Hoe zou de wereld eruitzien als we allemaal zouden stoppen bij genoeg?
Tijdens het typen van deze laatste alinea denk ik opeens aan de zak oven baked chips die ik vanmiddag heb gekocht en ik liep naar beneden om hem te halen. Totdat ik me op de trap realiseerde: ‘Hier gaat het om.’ Genoeg.

Pakken waar ik zin in heb

Nee, Giad in Jemen drinkt door mijn gedrag geen flesje melk meer. En nee, door je eten te laten staan los je geen armoede op. Maar het gaat om mij om de ‘hebzucht’ in mezelf. Het pakken waar ik zin in heb.
Ik denk aan Giad en z’n vader en z’n moeder en z’n broertjes en zusjes. Ik hoop dat het kapotgeschoten paradijs wederom zal bloeien! Dat de mensen weer vijgen en granaatappels uit hun achtertuin kunnen plukken als ze zin hebben in een tussendoortje.


Voor de 21 miljoen mensen in Jemen besluit ik om 21 dagen extra stil te staan bij mijn zegeningen. En deel ik 21 dagen het geld dat ik aan voedsel voor m’n eigen gezin besteed met de mensen in Jemen. Voor schoon drinkwater, voedsel, irrigatie van de landbouwgrond en hulp bij ondervoeding.