Mykola kijkt met een lege blik in de lens van mijn camera. Toen de Oekraïense jeugdbescherming hem op zijn zesde in een internaat plaatste, sprak hij één woord: ‘Hond.’ Nu, twaalf jaar later, sta ik op een erf en film het hondenhok waarin Mykola als kind moest leven.  

Eén van zijn vele moeders
Zijn zwijgende staren verwart mij en maakt me ongemakkelijk. Als ik zijn geschiedenis niet kende, zou ik denken dat Mykola sluw is, met verkeerde bedoelingen. Onterecht, vertelt de schoonmaakster van het internaat. Het is de liefste jongen van allemaal. Deze vrouw is één van zijn vele moeders op het internaat. Zijn echte moeder stierf toen hij drie jaar was.  

"We snappen allebei hoe je moet blaffen"

Verwaarloosd en gestraft
Twee weken lang film ik hem. Ik ontdek beetje bij beetje de echte Mykola, die achter deze verwaarloosde en gestrafte jongen schuilgaat. We maken grapjes in de bus naar het zomerkamp, waar hij een week lang, weg van het internaat, kind mag zijn. Praten doen we niet. Ik spreek geen Oekraïens, hij nauwelijks.

Als wolven welterusten janken
Onze taal is die van de dieren. Kip, kat, eend of raaf, al de geluiden die ik na doe toveren een grote grijns van herkenning op zijn gezicht. Maar het geluid van een hond is wat ons echt verbindt. We snappen allebei hoe je moet blaffen, blij, verrast of onstuimig. Of piepend, hunkerend, vragend. We grommen naar elkaar, dreigend, speels. En ’s avonds, als de lichten op het zomerkamp uitgaan, wensen we elkaar, jankend als wolven, een goede nacht.