Anki van Bruggen is manager fondswerving bij Stichting Red een Kind. Recent was ze in Congo en schreef een blog over haar bezoek.

Vandaag bezocht ik een vluchtelingenkamp. Dat heb ik weleens eerder gedaan, en meestal vind ik dat vrij deprimerende bezoeken. Hoe uitzichtloos wil je het hebben als je duizenden mensen op elkaar gepakt ziet, wachtend op betere tijden. Vandaag was het anders. Maar daarover straks meer.

De situatie in Congo

Eerst even de situatie. Ik ben in Zuid-Kivu, in het oosten van het immense land Congo. Alleen Zuid-Kivu al heeft een oppervlakte dat je met Frankrijk kunt vergelijken. Het gebied zelf kent een bloederig verleden en er zijn tot op de dag van vandaag heel veel problemen: het is droog, er zijn nauwelijks banen, kindersterfte is hoog en veel jongeren hebben nauwelijks scholing gehad. Ondanks al deze problemen zochten vanaf het jaar 2015 vele duizenden mensen uit Burundi juist hier een veilig heenkomen toen in Burundi de politieke spanningen snel toenamen. De Verenigde Naties kwamen snel in actie om meer problemen te voorkomen. Je kunt je namelijk voorstellen dat de toch al zo arme bevolking niet zat te wachten op de toestroom van nog meer (arme) mensen. De UNHCR (de tak van de VN die zich over vluchtelingen ontfermt) opende een vluchtelingenkamp. Wie zich hier registreert en wordt geaccepteerd, krijgt de officiële vluchtelingenstatus en kan aanspraak maken op hulp: voedsel, onderdak en schoon water. Denk trouwens niet dat dat enorme verwennerij is. Het leven in het kamp is hard en karig. Een vluchteling ontvangt elke maand bonnen ter waarde van 15 euro, waarvan hij alles moet kopen. In het kamp Lusenda verblijven inmiddels 30.000 vluchtelingen.

Naar het vluchtelingenkamp

Vanmorgen vroeg gingen we op weg. Eerlijk gezegd best spannend. Het kamp ligt in een regio die als ‘gevaarlijk’ bekend staat en de weg ernaar toe is ronduit slecht. We nemen dan ook de nodige veiligheidsmaatregelen. We rijden met twee auto’s en onze collega’s weten waar we zijn. Onderweg melden we ons bij een districtshoofd, bij de militaire posten en uiteraard ook bij de UNHCR. Het valt me op dat iedereen bijzonder vriendelijk is en ons bedankt voor onze komst. Ik merk niets van spanningen of dreiging. Wel hebben we nu wel barrières (wegversperringen waarbij je moet betalen om er langs te kunnen). De auto met Congolees kenteken mag voor 5 dollar passeren, de auto met Burundees kenteken voor 20 dollar.

Naaimachines

Het kamp ziet er goed en netjes uit. De tenten zijn gemaakt van het bekende UNHCR-zeildoek en hebben verder een stevige constructie, ik zie opvallend veel jongeren en kinderen. We gaan naar het project dat we in 2015 hier begonnen zijn. Het project blijkt behoorlijk uniek te zijn, hoor ik ook van de UNHCR. We hebben er namelijk niet voor gekozen om voedsel en goederen uit te delen, maar om jongeren een vak te leren waarmee ze in de eerste plaats voor de toekomst weer mogelijkheden hebben en voor de korte termijn al snel zelf geld kunnen verdienen.

Een naaiproject in een vluchtelingenkamp

Het eerste project dat we bezoeken is een grote groep jongeren die heeft leren naaien met machines. Hun doelgroep: de 30.000 mensen in het kamp, de UNHCR en het World Food Programme. De kinderen die in het kamp naar school gaan (project van het World Food Programme) hebben allemaal een schooluniform nodig. WFP heeft daarom een groot aantal uniformen bij de groep besteld. Inkomen voor de jongeren, die daardoor geen gebruik meer hoefden te maken van de voedselbonnen. Weer winst voor het WFP en UNHCR. Een tweede project is een moestuinenproject. Ook hiervoor werden jongeren geselecteerd die nauwelijks opleiding hebben genoten. Zij werden getraind en begeleid bij de verbouw van producten zoals kool en mais. Ook deze groep hoeft geen gebruik meer te maken van het voedselprogramma.

"Jongeren krijgen zo weer een doel in het leven"

De coördinator van de UNHCR vertelde mij dat hij heel blij was met dergelijke projecten. Jongeren krijgen zo weer een doel in het leven. De kans dat zij zich vervelen, misdragen en zich bijvoorbeeld aansluiten bij de vele rebellengroeperingen is daarmee veel kleiner geworden. Het komt de sfeer in het kamp ook ten goede en het stimuleert vele anderen om te zoeken naar mogelijkheden om een eigen bestaan op te bouwen.

Hulp voor jongeren in het gebied

Er is nog een tweede reden waarom dit project anders is dan anderen. Voor elke drie vluchtelingenjongeren die we helpen, helpen we ook een jongere uit de dorpen in het gebied waar het kamp zich bevindt. Er zijn daarom drie naaigroepen in het kamp, en één in het dorp buiten het kamp. Dat schept verbinding, en laat ook de bevolking die de vluchtelingen opvangt en huisvest meeprofiteren van de programma’s. Een van de dorpschefs die we spraken vertelde ons dat hij dit heel erg positief vond. Het vermindert de gevoelens van onvrede en geeft ook begrip voor de jongeren in het kamp. Ook jongeren uit deze streek zijn heel erg gebaat bij opleiding en mogelijkheden om geld te verdienen. Om het cirkeltje rond te maken: de UNHCR-coördinator juicht het enorm toe als het voedsel juist in de regio wordt gekocht, in plaats van dat het geld voor de hulp wordt besteed aan het opkopen van voedsel van slimme buitenlandse handelaren.

Vluchtelingen uit Burundi in Congo: het lijkt een vergeten groep. WFP en UNHCR hebben de grootste moeite om voldoende geld te krijgen voor dit project. Als fondsenwerver voor Red een Kind weet ik ook hoe lastig dat is: er komen geen journaalploegen langs om te filmen in dit gebied. Er zijn zoveel meer vluchtelingen in andere gebieden zoals het Midden-Oosten. Het komt moeilijk binnen bij mensen. Maar waar ik zelf heel blij van word zijn de hoopvolle dingen die mogelijk zijn met dergelijke projecten.

Een hoopvol en duurzaam vluchtelingenproject

Dit vluchtelingenproject is een relatief klein project van Red een Kind. Maar het is zoveel meer hoopvol en duurzamer dan veel andere vluchtelingenprojecten die ik ken. Vandaar dat ik best met een blij gevoel weer in de auto zat terug naar Uvira. Het was vandaag de laatste dag van mijn bezoek hier. Als het al donker is bespreken we nog mijn bevindingen en aanbevelingen. Het was goed hier te zijn: heel leerzaam, open en ook gewoon heel erg leuk. Tot mijn verrassing kreeg ik ook nog verschillende cadeaus: een blouse voor mijn man en een jurk voor mij. Ahem... En zes poloshirts die we op kantoor mogen dragen, kan niet wachten...

Een zegen voor anderen

En oh ja, ik schijn zegen te brengen. Want steeds als ik ergens kom, gaat het regenen. En dat terwijl het de droge tijd is en het dit jaar nog extra droog is. Dat ik regen aantrek dat vermoeden had ik ook al vrij lang. Maar dat dat een zegen is, dat had ik eigenlijk nog niet bedacht. Heb ik weer hoor…

Bron: Red een Kind