Bijna iedereen heeft als kind een onafscheidelijke knuffel of dekentje. Nijntje, Beanie Panda of een lekker zacht dekentje. Slimme ouders kopen direct een dubbelganger, mocht er eentje kwijt raken of in de was moeten. Ook kleine Daniël uit Burundi heeft zoiets, maar dan héél anders. Daniël is zes jaar en de jongste zoon van Davrosa Ndergakura. Zijn moeder is geboren in een vluchtelingenkamp in Tanzania en weduwe. Haar ouders, Daniëls opa en oma, ontvluchtten in 1972 de burgeroorlog in Burundi. Een paar jaar terug is hij samen met zijn moeder en twee broers en zusje met geweld, Tanzania uit gezet. In de kleren die ze aanhadden en met verder niets, kwamen ze paar jaar geleden terug in een land waar ze niets en niemand kenden. Als ik met Sanne bij dit ontwrichtte gezin aankom, laat moeder Davrosa mij haar hutje van binnen zien. Ze vist in mijn ogen een vod van de grond. Waarop Daniël komt aanstormen en het vod vol gaten uit haar handen grist. Hij slaat het om zich heen. Daniël verdwijnt er bijna in. Slechts tien vierkante centimeter van zijn koppie is nog zichtbaar. Zijn broers en zussen moeten lachen. Als zijn broer het van hem af probeert te trekken, ontploft hij bijna. Het vod blijkt een oude herenjas te zijn. Hij is grijs van het vuil en staat stijf van vet en viezigheid en tot op de naad versleten. Maar het is zíjn jas of beter gezegd; het is Daniëls ‘Nijntje/Beanie/Pandabeer/dekentje’. Het is zijn alles… Daar moeten ze van afblijven! Zijn enige bezit is hij bereid om met zijn leven te verdedigen. Het tafereel raakt mij diep. Het staat voor wat er in het groot gaande is voor een grote groep teruggekeerde vluchtelingen die zich onbeschermd voelen. Door hun verleden, maar ook door het heden. Daarin lijkt het op het oog rustig en vredig in Burundi, maar ligt de angst voor nieuw geweld net onder de oppervlakte. Met de mislukte staatsgreep is 2015, als recent voorbeeld. Ik zou deze kleine jongen wel tien Nijntjes of Beanies gunnen als troost voor alle ellende die hij ongevraagd op zijn dak kreeg en nog krijgt. Maar liever hoop ik dat het huisje, dat met hulp van ZOA wordt gebouwd, de bescherming biedt die Daniël en zijn familie zo verdienen. Tot die tijd zal hij zich moeten koesteren met de zorg van zijn lieve moeder in de ‘veiligheid’ van zijn vuile jas.

 

Hulporganisatie Zoa wil graag meer kleine, veilige huisjes bouwen voor kwetsbare gezinnen als dat van Daniël. Daar kunnen ze uw steun goed bij gebruiken! Helpt u mee?