Eind 2017 hadden we een mooi en open gesprek met Mark van Schaick (55). Hij is vader, ondernemer en een donateur van EO Metterdaad. “Ik vind het prachtig om te weten dat ik arme mensen, zieken en gehandicapten op deze wereld een beetje kan helpen. Dat vind ik mooi. Dat is mijn drijfveer.” 

Wanneer hij beelden van invalide kinderen ziet, wordt Mark geraakt: “Is daar nou niks voor te verzinnen, dat kinderen die de hele dag in bed liggen ook een beetje een leven krijgen? Dat vind ik zo triest, dan zou ik zo’n heel huis wel op willen kopen.” Sinds 2000 heeft hij zijn eigen bedrijf in de onderdelen van scheepsmotoren. Vanuit zijn bedrijf doneert hij graag aan goede doelen, onder andere aan Metterdaad: “Omdat ik het idee heb dat jullie keurige nette mensen zijn, die daar naar eer en geweten het beste mee doen en er niks aan de strijkstok blijft hangen.”

Zelf ook knokken

Mark vertelt dat hij altijd al een drijfveer heeft gevoeld om iets te doen voor de mensen die geen kans krijgen in het leven, want iedereen verdient een kans. Mensen moeten wel, wanneer mogelijk, zelf hun steentje bijdragen: “Ik heb zoiets van: je kunt wel arm zijn, maar je moet niet lui worden. Je moet ook zelf knokken.” Hij vindt dat iemand in nood geholpen moet worden, ongeacht afkomst of religie. Geloof moet je volgens Mark juist in daden naar voren laten komen. “Door dit soort dingen hoop ik dat ik ook een bepaalde bijdrage lever.”

Uitzondering

Een houding die hij zijn kinderen graag meegeeft. Daarom bezocht Mark vijf jaar geleden samen met zijn gezin een door hun ondersteund kindertehuis in Brazilië. Iets wat hij liever niet doet. Hij geeft de voorkeur aan een financiële bijdrage, zodat de mensen ter plekke hulp kunnen verrichten. Dit keer maakte hij een uitzondering en liet hij samen met zijn vrouw aan hun kinderen de armoedige situatie zien. De kinderen gingen gelijk op in de menigte. Iets wat niet vanzelfsprekend is, hoorde hij later van de zendeling. “Daar was ik super trots op. Ik hou niet van arrogante toestanden, dat heb ik van mijn moeder geleerd. Ik kijk op niemand neer en ik kijk ook tegen niemand op.” Zijn zoon en dochter, inmiddels achttien en vijftien, vonden het vooral erg leuk en hebben ‘harstikke lol’ gehad volgens Mark.

‘Heb je nog wat?’

Mark staat open voor anderen die met hem mee willen denken. Mensen die een plek in nood zien, maar geen geld hebben om hier te helpen, mogen een beroep op hem doen. Dan is een belletje met de vraag ‘heb je nog wat?’ vaak genoeg. “Ik zeg weleens tegen God: ‘Stuur ze maar langs.’ Met andere woorden: als er wat is, laat het me weten, dan doe ik het.”