De verschrikkelijke beelden van de vluchtende Rohingya’s staan nog vers op ons netvlies. Ze zijn het meest onderdrukte volk ter wereld en toch lijkt er tegen deze onderdrukking weinig tegen te gebeuren. Suu Kyi won de Nobelprijs voor de Vrede en de verkiezingen in Myanmar, maar ze veroordeelt het geweld niet. Ze noemt de acties geoorloofd en gericht tegen terroristen. Waar komt deze strijd vandaan en waarom gebeurt er niks tegen?

De vervolging die vandaag plaatsvindt is terug te leiden naar 1962. In dit jaar pleegt het leger een coup en krijgt het de macht in handen. Om die macht te behouden, gaan ze opzoek naar iets waarin ze de identiteit van een Myanmarees kunnen vastleggen. Dat vinden ze in het geloof. Het nationale geloof van Myanmar wordt het Boeddhisme. De Rohingya’s zijn voor het overgrote deel moslim, wat hen daarmee automatisch geen echte Myanmarees maakt.

Rohingya’s niet erkend in Myanmar

Door hun afwijkende geloof vallen de Rohingya’s buiten de boot. Ook worden ze niet gezien als oorspronkelijke bewoners van het gebied. Er is veel onduidelijkheid over het moment waarop de Rohingya’s in Myanmar kwamen wonen. De regering beweert dat de Rohingya’s illegale immigranten zijn die gekomen zijn na de onafhankelijkheidsoorlog van Bangladesh in 1971. De Rohingya’s beweren echter de oorspronkelijke bewoners te zijn van de Rakhine-staat en dus al veel langer in het gebied te wonen. Dit is het gebied waar ze nu nog steeds voor het overgrote deel wonen. In 1982 werden de burgerrechten van de Rohingya’s afgenomen. Ze werden staatloos. Ze mogen geen land bezitten, geen bedrijf runnen, hun religie niet praktiseren en pas na goedkeuring trouwen en zich verplaatsen.   

Haat aan

Een schoolvoorbeeld van etnische zuivering, noemde de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN de situatie. In het land worden systematisch en veelvuldig aanvallen uitgevoerd op de Rohingya’s, vertellen de vluchtelingen. Direct bewijs is er niet, omdat Suu Kyi geen mensen binnenlaat die onderzoek kunnen uitvoeren naar de situatie. Wel weten we dat er al meer dan honderdduizenden Rohingya’s gevlucht zijn uit het land. Zij vertellen over groepsverkrachtingen, massamoorden en ernstige mishandelingen. Ook worden dorpen in brand gestoken. Boeddhisten in Myanmar worden opgeroepen om geen producten te kopen van en handel te drijven met moslims.   

Reden van haat naar Rohingya’s

Kinderen krijgen op school al te horen dat Myanmar uniek is dankzij haar boeddhistische oorsprong, vertelt Kyaw Hsan Hlaing aan Gibbens (2017). Hij groeide in Rakhine op in een Boeddhistisch gezin en maakte de gewelddadige discriminatie van dichtbij mee. Volgens John Knaus, associate director van de afdeling Azië van de National Endowment for Democracy, bestaat er vooral angst onder de bevolking dat het land zijn unieke cultuur zal verliezen: “Of dat nou te maken heeft met moslims die het land inkomen of met de invloed van landen als China en de rest van de wereld.” (Gibbens, 2017). De Rohingya’s worden als een bedreiging gezien voor de nationale cultuur en veiligheid. Ze horen niet thuis in Myanmar en worden zelfs gezien als een volk dat zich wil afscheiden van Myanmar.

Wanneer in 2012 drie moslims beschuldigd worden van het verkrachten van een Rakhanese vrouw slaat de vlam in de pan. Deze gebeurtenis doet de mensen in Rakhine de stap zetten naar geweld tegen de Rohingya’s.

Terroristen

Het gevoel dat de Rohingya’s de nationale veiligheid in gevaar brengen kun je terugzien in het stempel van ‘terroristen’ dat ze krijgen. Door het leger en onder andere door Suu Kyi worden ze zo genoemd. Als voorbeeld noemen ze hierbij de aanvallen van de Arakan Rohingya Salvation Army (Arsa).

Wat is deze Arsa? Deze beweging is begonnen door Ata Ullah. Samen met een groepje medestanders kwam de Rohingyaanse Ata Ullah vanuit zijn geboorteland Pakistan naar Rakhine. Vanuit de Golfstaten kregen ze van rijke sponsoren geld en via Sociale Media regelden ze strijders die ze in de jungle trainden. Arsa wordt door de regering gezien als een terroristische organisatie. Zelf beschrijven ze hun doel als het verdedigen, redden en beschermen van de Rohingya’s tegen staatsonderdrukking in overeenstemming met het principe van zelfverdediging. Uit protest op hun onderdrukking, voert de beweging aanvallen uit. Ze begonnen hiermee in oktober 2016 met de moord op negen politieofficieren en eind augustus 2017 volgde een tweede aanval. Beide keren werd op deze aanvallen met harde hand gereageerd door de politie en het leger.

Oorlog in de Myanmarese media

De media en de boodschappen die daarmee naar de buitenwereld en de inwoners van het land worden uitgezonden spelen een belangrijke rol. Waar het land voor 2010 nog vrijwel afgesloten was van de buitenwereld, gebruiken nu beide partijen de media om hun boodschap te brengen. De boodschap die voor hen op dat moment goed uitkomt. Naast berichten die kloppen, worden er ook veel foto’s/filmpjes/verhalen de wereld ingestuurd die niks met de situatie op dit moment in Myanmar te maken hebben. Nepnieuws, haatpreken van nationalistische monniken en beangstigende berichten vinden in rap tempo hun weg door het land.

Waarom doet Suu Kyi niks?

Suu Kyi, Nobelprijswinnares voor de Vrede in 1991, geeft leiding aan het land. Hoe kan het dat zij niks aan deze situatie Suu Kyidoet en de Rohingya’s zelfs terroristen noemt? Haar macht is maar beperkt. In 2015 wint ze overtuigend de verkiezingen en toch is ze geen president. Suu Kyi is getrouwd met een Britse man en haar kinderen dragen de Britse nationaliteit. Volgens de regels mag je dan geen president zijn in Myanmar. Daarom is haar formele titel ‘state counselor’. Ze heeft Htin Kyaw aangesteld als president en ondanks dat hij doet wat zij zegt, heeft ze niet veel macht.

Leger als dictator in Myanmar

De echte macht ligt bij het leger. Zij bezitten een kwart van de zetels in het parlement en voeren controle uit over het ministerie van Binnenlandse Zaken, Defensie en Grenszaken.   Het leger is juist gebaat bij de strijd tegen de Rohingya’s. Die strijd zorgt namelijk voor afleiding van hun dictoriale bestuur in het land en voor een groot stuk dankbaarheid vanuit het volk. Het leger strijdt namelijk tegen de ‘terroristen’ en zijn daarmee onmisbaar.  

Dat het leger niet alleen het beste wil voor het, in hun ogen, eigen volk is te zien aan een misstand die op dit moment gaande is in Myanmar. Saskia Sassen (2017) van The Guardian schrijft dat het leger sinds 1990 al bezig is met het innemen van stukken grond. Deze stukken grond pakt het leger af van kleine boerenbedrijven, zonder enige compensatie en met gevaar voor de boer wanneer hij weigert. Deze landenroof is al een tijdje bezig, maar nam enorm toe in de laatste jaren.

Volgens Sassen moeten we ons afvragen of de motieven van het leger om de Rohingya’s te verdrijven ook niet voor een deel wegkomen bij de economische winst. Deze uitdrijving levert het leger namelijk grote stukken land op. De Rohingya’s zijn niet de enige die van hun land verdreven worden, ook veel Boeddhisten met kleine boerenbedrijven worden weggestuurd. Voor deze boerderijen komen grootschalige houtwinning, mijnbouw en waterprojecten in de plaats.    

Einde van Rohingya-onderdrukking niet in zicht

De Rohingya’s worden onderdrukt. En of dat nu gebeurt vanuit economisch gewin, een manier om aan de macht te blijven of vanuit angst om de bedreiging van de nationale cultuur en veiligheid: het leger is erbij gebaat. Zolang het leger dit wil voortzetten heeft Suu Kyi niet veel in te brengen. Het leger heeft namelijk zoveel macht dat ze Suu Kyi van haar leidinggevende positie kunnen afzetten en dan zou het land weer terug bij af zijn. Suu Kyi bevindt zich op glad ijs.  

 

Bronnen:

BBCDe CorrespondentIndependentMO Mondiaal NieuwsNational GeographicThe GuardianVolkskrant