EO Metterdaad Navigatie overslaan Menu

Afgerond

Visie: ‘Dit schip is hun enige hoop’

Al van ver is ze te zien: de Africa Mercy. Voor veel inwoners van het eiland Madagaskar is dit schip de laatste kans op een leven zonder tumor, vergroeide benen of huidvretende infectieziekten. Visie reisde af naar Afrika en keek rond op het grootste particuliere hospitaalschip ter wereld. 

Een week of drie, schat ik haar. Ze slaapt, haar linkeroogje iets geopend. Ze was me nauwelijks opgevallen. 'Die patiënt is vast even naar het toilet,' dacht ik nog, toen ik het hoopje dekens op een verder leeg bed zag liggen. Maar toen ik dichterbij kwam, zag ik een groen slangetje uit het hoopje steken. Toen een roze mutsje, een piepklein bruin koppie, twee knuistjes. En meteen was duidelijk waarom ze hier ligt: een gespleten lip, in de volksmond wat onvriendelijk 'hazenlip' genoemd. Haar moeder, een felroze rieten hoed op haar hoofd, zit naast het bed en glimlacht verlegen. 

Te weinig voedingsstoffen

"Dit meisje is drie maanden oud," vertelt de verpleegkundige die erbij komt staan. Als ik haar ongelovig aankijk, vervolgt ze: "Er zijn in dit land maar weinig kinderen die met deze aandoening groot worden. Meteen na hun geboorte beginnen de problemen al, omdat ze heel moeilijk kunnen drinken. Daardoor krijgen ze te weinig voedingsstoffen binnen."

Het gevolg is dat veel baby's ver onder hun geboortegewicht komen. Wegen ze acht pond bij hun geboorte, na drie maanden geeft de weegschaal soms nog maar de helft aan. Vaak voeden moeders hun kinderen bij met condensmelk, maar het probleem daarvan is dat deze melk  ondanks het hoge aantal calorieën, nauwelijks voedingsstoffen bevat. Dit meisje zal dan ook eerst moeten aansterken, voor ze geopereerd kan worden aan haar gespleten lip.

Juwelen stelen

De volgende ochtend loop ik in de stromende regen van het schip naar een wat vervallen stenen gebouw op het dok. De grote ruimte is verdeeld in een aantal wachtruimten, die hier en daar met zeil of grote doeken provisorisch van elkaar gescheiden zijn. Ondanks draaiende ventilatoren is het er warm. De grote witte tent in het midden valt meteen op. 'Screening' staat er op de dichte deur. Op de houten banken die achter elkaar staan opgesteld,  zitten vooral vrouwen met kinderen. Hier en daar een man. Sommigen kletsen met elkaar, anderen kijken stil voor zich uit. Zodra ik mijn hand opsteek en hen begroet met een "salame", verschijnt er een gulle lach op hun gezicht en knikken ze vriendelijk terug. Een meisje in een wit satijnen jurkje duwt een trapfietsje voor zich uit, terwijl een peuter naast haar zijn tanden in een witte boterham zet. Hij kauwt, spuugt het brood weer uit en stampt het met zijn blote voetje aan.

Net als zijn moeder hem een fikse reprimande wil geven, zwaait de deur van de grote witte tent open. Een jongeman in een blauw uniform stapt naar buiten en roept een naam. Op een van de banken maakt een vrouw van een jaar of 30 zich los. Florentine heet ze, en ze heeft een flinke bolling in haar wang, zo groot als een pingpongbal. Eenmaal binnen gaat ze geruisloos op een stoel zitten en legt haar handen afwachtend in haar schoot. Ik moet denken aan wat een van de bemanningsleden vanochtend tegen me zei: "Kranten die zich afzetten tegen de huidige regering, schrijven dat Mercy Ships hier alleen maar is om goud te delven en juwelen te stelen. Als je de patiënten dan vertelt dat iedereen hier vrijwillig werkt, kijken ze je ongelovig aan."

Twee dagen reizen

Terwijl de arts een aantal scans op de computer bekijkt, staart Florentine naar haar groene slippers. Twee dagen heeft
ze moeten reizen om de zevenhonderd kilometer tussen haar woonplaats en het schip te overbruggen. Dan komt de dokter naar haar toe. Hij geeft haar vriendelijk een hand en stelt een paar vragen. Of ze pijn heeft. Florentine knikt. 'Hoe lang al?' wil hij weten. Een jaar. En het bloedt soms ook, vertelt ze. Dan trekt de arts een paar blauwe handschoenen aan en voelt in haar mond. Hij zegt iets tegen de verpleegkundige die bij hem staat, waarop zij er een formulier bij pakt. Ze vult wat gegevens in en steekt even later haar duim op naar Florentine. Morgen kan ze worden geopereerd. 
Later die middag beklimt Florentine de 40 treden van de loopplank naar het schip. Als ze me ziet, steekt ze verlegen haar hand op. Ziet ze op tegen de operatie? "Nee. Ik vertrouw op God en bid dat Hij mij helpt."

Opa met een hoedje op

In een tent naast de screeningsruimte maakt de Nederlandse Martha Rodenburg net haar tafel leeg. Het is halverwege de middag en de meeste patiënten zijn vertrokken. Martha is hier voor vier maanden. Zij voert de intakegesprekken en maakt patiënten klaar voor opname op het schip. Jaren geleden bezocht ze de Anastasis, de voorloper van de Africa Mercy, tijdens de havendagen in Rotterdam. "In mijn hart wist ik toen al dat ik hier moest zijn. Het werk sluit zo aan bij wie ik ben. Ik ben 63, heb inmiddels grijze haren, maar dat geeft niet. Hier is leeftijd geen factor. Zolang je maar bekwaam bent. Of ik hierna nog een keer kom?" Ze glimlacht: "Er is er Een Die het weet."


Terwijl ze wat spullen bij elkaar pakt en we samen de tent uitlopen op weg naar het schip, vertelt Martha hoe ze de dag ervoor een bijzondere ervaring had met een patiënte die een gynaecologisch probleem had. De vrouw schaamde zich enorm en toen ze binnenkwam, was ze gelijk in tranen. "Ik stelde voor om eerst samen te bidden, voordat we al dat papierwerk gingen doen. Toen ik m'n ogen opendeed, zag ik hoe aan de tafel naast mij het volgende groepje met elkaar bad. Een verpleegkundige, de vertaler, een opa met een hoedje op en zijn kleindochter." Met 
stralende ogen: "Op zo'n moment juicht mijn hart en biggelen de tranen over mijn wangen. Want het is fijn dat je de mensen kunt helpen, maar het is fantastisch als ze erkennen dat het allemaal van God komt."

Matras onder het bed

De drie weken oude baby deelt haar ziekenhuiskamer met negen andere patiënten, jong en oud, mannen en vrouwen. De bedden staan dicht op elkaar, er past net een stoel tussen. In een van de ziekenzalen ligt een meterslang vel papier op de grond, waarop een paar kinderen samen met twee verpleegkundigen vrolijke tekeningen maken. Voor mijn voeten schieten een paar ballonnen heen en weer. Wat opvalt, is  dat onder diverse bedden een matras ligt. "Voor familie, de zogenaamde care givers," legt verpleegkundige Marieke van Onselen (32) uit. "Per patiënt mag er namelijk één familielid gedurende de hele opnameperiode bij zijn." Marieke is sinds drie dagen op de Africa Mercy. Van haar werkgever, het Leids Universitair Medisch Centrum, kreeg ze twee maanden onbetaald verlof. "Waar ik het meest aan moet wennen? Aan alle Engelse termen. Mijn Engels is sowieso niet heel geweldig, dus de hele dag in een andere taal praten, vind ik echt vermoeiend. Als je dan ook nog allerlei medische termen moet vertalen, is dat best lastig. Gelukkig willen collega's je graag helpen en pik je het ook wel snel op. Al ben ik blij dat ik nu met jou even Nederlands kan praten..."

Op een loopfietsje door de gang

Terwijl buiten rond een uur of acht het donker invalt, worden de patiënten op de afdeling langzaam voorbereid op de nacht. Een peuter met een groot wit verband om haar hoofd, sjeest nog op een loopfietsje door de gang, een leeftijdgenootje ligt al met haar ogen dicht op bed. In de achterste ruimte zit een verpleegkundige op een stoel. Bij het licht van een klein lampje leest ze voor uit een boek, terwijl de dame die naast haar staat, alles vertaalt. "Ze leest een uitleg over de Bijbel," zegt de Amerikaanse verpleegkundige Ivanna (26). Ze staat schuin achter een groot en breed gordijn, dat het felle licht van de zusterspost wat moet dimmen. Een jongetje huilt zachtjes en klampt zich aan zijn moeder vast. "De kinderen die op deze zaal liggen, zijn allemaal net geopereerd," gaat Ivanna verder. "Dan is het prettig om wat afleiding te hebben, vooral als je nog veel pijn hebt."

Ivanna loopt naar een groepje verpleegkundigen, die net de overdracht bespreken. Als ze daarmee klaar zijn, buigen ze allemaal hun hoofd en spreekt een van hen een gebed uit. 

'Dit is het commandocentrum!'

Als we de volgende morgen via een paar steile trappen op dek 2 belanden voor een kijkje in de controle- en machinekamer, lopen we de 67-jarige Anthon Vonk tegen het lijf. Hij is gepensioneerd en werkt hier als zogenaamde kortverbander, vijf maanden. "Ik ben tweede scheepswerktuigkundige. Vroeger heette dat machinist," zegt hij met een guitige blik, "maar dat woord gebruiken we niet meer." Dat zijn werk belangrijk is als het schip vaart, snapt iedereen.

Maar wat doet hij als het schip stilligt?
"Of je nu vaart of aan de wal ligt, je hebt altijd energie nodig," legt hij uit. "Daarom draaien er constant twee generatoren voor de levering van stroom. De airconditioning bijvoorbeeld vraagt heel veel energie. En wat denk je van de verlichting, de apparaten in de ziekenzaal en op de operatiekamers, de koeling voor de kombuis, het spoelsysteem voor de toiletten. Kortom, er moeten altijd mensen in de machinekamer zijn om alles draaiend te houden."
Het duizelt me van alle knoppen en meters die ik zie, maar Anthon is er niet van onder de indruk. "Ach, dat wijst zich vanzelf. Deze knoppen zijn voor de ventilatoren, die zijn voor de luchtcompressoren, dit is de brugbediening, vooral belangrijk bij het starten van de motoren als je gaat varen."

'Op zo'n moment juicht mijn hart en biggelen de tranen over mijn wangen'

Is dit het belangrijkste deel van het schip? "Natuurlijk!" roept hij. "Dit is het commandocentrum." Op de vraag of de anderen op het schip dat ook zo zien, schiet hij in de lach. "Kijk, wij dienen alleen maar. Wij moeten de artsen en verpleegkundigen in staat stellen om hun werk te doen. Als we gaan varen, worden we ietsje belangrijker. Maar nu ligt de focus op het goed functioneren van het hospitaal. Daarvoor zijn we hier."

Olie en terpentine

"Hier is het een rotherrie hoor," waarschuwt Anthon, als we een volgende steile trap naar beneden nemen. Met een set gele doppen in onze oren kunnen we ons in dit onderste deel van het schip alleen schreeuwend verstaanbaar maken. Het  geluid van draaiende generatoren en het gesis van enorme leidingen maken elk gesprek zo goed als onmogelijk. Er hangt een geur van olie en terpentine in de lage, met TL-lampen verlichte ruimte en het is er broeierig warm. Tussen de wirwar van buizen, leidingen, tanks, allerhande meters en schakelkasten ontwaar ik een man in een rode overall. Hij veegt de vloer en glimlacht vriendelijk als we hem passeren. Even verderop zitten drie werkers op hun hurken bij een aantal leidingen. "Alles moet goed onderhouden worden," zegt Anthon. "Ook als we stilliggen. Dus smeren, verven, poetsen - we doen het allemaal zelf."

Als we even later weer boven staan en onze oordoppen uitdoen, voelt de stilte weldadig aan. Maar niet voor lang, want via een paar gangen arriveren we in de kombuis, waar net de laatste resten van de lunch worden opgeruimd. Een drietal jongemannen wast vrolijk kletsend een stapel grote roestvrijstalen bakken af, die ze kletterend in elkaar laten vallen. Aan het aanrecht achter hen snijdt een groepje uitbundig  lachende dames de groenten voor het diner van vanavond: sla, wortels en tomaten. Een van hen zingt vol overgave mee met het lied I know, my Redeemer lives dat uit de boxen schalt. Als de fotograaf zijn cameralens op haar richt en inzoomt, draait ze verlegen lachend haar hoofd weg. Voor ik er erg in heb, pakt een van de andere dames een schort en een blouse van een kledingstapel en duwt die in mijn handen. 'Aan het werk,' gebaart ze vrolijk, terwijl een van de anderen hulpvaardig een rode muts en plastic handschoenen aanreikt. Uitgelaten kijkt het groepje toe hoe ik een stel flinke wortels in stukken snijd en in een bak met water laat glijden.

Naast mij duikt ineens de Nederlander Freerk Jan Eelkema (21) op, die zijn eerste vijf maanden erop heeft zitten. "Ik blijf hier nog vijf maanden," vertelt hij, terwijl hij een groot blik mandarijntjes in een zeef leeggiet. "Ik vind het altijd moeilijk uit te leggen wat ik hier beleef, maar het is echt een bijzondere ervaring, die je eigenlijk gewoon zelf moet meemaken."

'Mensen verkopen hun laatste bezittingen om de reis naar het schip te maken'

Originele koffie

Dat de verhalen op en rond het schip voor het oprapen liggen, blijkt eens te meer als het tijd is voor een bakje koffie. Dat drinken we in het heuse Starbuckscafé op het middendek, waar Arjen van der Wolf - de directeur van Mercy Ships Holland - al op ons zit te wachten. "Onze internationale voorzitter is een aantal jaar voorzitter van de raad van bestuur van Starbucks geweest," steekt hij van wal. "Die man wilde graag wat voor de bemanning doen. Hij heeft weten te regelen dat we een echte Starbucksmachine in het café hebben  en de originele koffie krijgen met alle smaakjes die erbij horen. Hij sponsort dat op persoonlijke titel." Het café is dus geen franchise van Starbucks, maar mag wel het logo gebruiken - weliswaar iets aangepast: de zeemeermin is vervangen door een ster.

Geroffel van bestek

Alle hulp die Mercy Ships biedt, is gratis. Vrijwilligers die op het schip komen werken, moeten zelf betalen voor hun kost en inwoning - in de meeste gevallen laten zij zich dan ook sponsoren - zodat alle donaties gebruikt kunnen worden voor hulp aan de allerarmsten. Van der Wolf: "De mensen die we helpen, kunnen over het algemeen niets betalen. Sommige  mensen verkopen zelfs hun laatste bezittingen om de reis naar het schip te kunnen maken. Wij zijn hun enige hoop. En dan te bedenken dat ze niet eens altijd geholpen kunnen worden. Dat is zo schrijnend. In veel landen moeten we patiënten zelfs geld meegeven om weer naar huis te kunnen." Het is etenstijd. Via een paar klapdeuren komen we in een grote ruimte, waar juist een verjaardagslied voor een van de bemanningsleden wordt afgesloten met luid geroffel van bestek op tafels en borden. Erstaat vandaag lasagne op het menu, een variant met en zonder vlees, verdeeld over grote stalen bakken. Als we onze borden hebben vol geschept, schuiven we aan bij een team in blauwe uniformen. Hun dagdienst zit erop.

'Dit werk doe ik met m'n hart. Anders moet ik ermee stoppen'

Klassieke muziek

De laatste ochtend van ons verblijf op de Africa Mercy sta ik met dr. Gary Parker - door iedereen dr. Gary genoemd - in de operatiezaal. Ik ben gekleed in een blauw uniform, heb een netje over mijn haar  en beschermhoezen om m'n schoenen. Onder een lichtblauw papieren laken ligt een baby'tje van drie maanden. Rond zijn hoofdje is een gat in het laken geknipt, zodat precies zijn donkere koppie zichtbaar is. "Deze baby heeft een gespleten lip en gehemelte," vertelt dr. Gary (63), terwijl hij met een donkere stift twee ogen, een neus en een perfect gevormde mond op het laken tekent. Geduldig legt hij uit hoe hij tijdens deze operatie van zo'n 75 minuten de lip van dit jongetje weer mooi probeert te maken. Op de achtergrond klinkt klassieke muziek, daar bovenuit de piepjes van allerhande meetapparatuur. "Om eerlijk te zijn, hoor ik al die piepjes niet meer," zegt de Friese Aafke Lautenbach (59). "Behalve als ze er niet zijn; dan is er iets mis." Aafke is anesthesiemedewerkster en voor de derde keer op het schip, ditmaal voor vier weken. Ze vult een spuit met vloeistof, een paar grijze haren steken fier af tegen de Friese vlag op haar hoofd: een operatiemuts in stijl.

Dan legt dr. Gary zijn grote handen om het kleine hoofdje van het jochie op de operatietafel. En terwijl de anderen er omheen gaan staan, buigt hij zijn hoofd en bidt om een zegen over de operatie en voor  dit kind. "God is het die genezing geeft," zegt hij even later. "Wij zijn de handen die het uitvoeren, maar als die handen niet gezegend worden, kun je niets."

 

Gestopt met tellen

Die middag zoek ik dr. Gary op in zijn werkkamer. De vier wanden van de kleine ruimte zijn compleet volgeplakt met foto's van patiënten, artikelen en krantenknipsels. In zijn bruine ogen zie ik dezelfde vriendelijke, zachte blik als vanochtend, toen hij in de operatiezaal stond. Bijna dertig jaar woont en werkt deze plastisch chirurg op het schip. Als ik hem vraag hoeveel operaties hij al heeft uitgevoerd, antwoordt hij verlegen glimlachend: "Ik ben gestopt met tellen. Maar het zijn er duizenden." Hij weegt zijn woorden zorgvuldig als hij vertelt hoe hij geeft om zijn patiënten. "Ik zeg vaak: dit werk doe ik met mijn hart, met passie. Als ik die niet meer voel, moet ik ermee stoppen. Ik ben er in de loop van de tijd van overtuigd geraakt dat genezing begint met geaccepteerd worden als waardevol mens. Juist in deze landen is dat zo belangrijk, want mensen horen er vaak niet meer bij doordat hun gezicht is misvormd door een tumor of door noma." Die laatste aandoening is een zwerende, huidvretende infectieziekte, die vooral in derdewereldlanden nog veel voorkomt  als gevolg van ondervoeding, infecties en slechte hygiëne.

Met uw kennis en kunde zou u veel geld kunnen verdienen in uw geboorteland Amerika.

"En toch ga ik niet terug. Ik wil een goed rentmeester zijn van de kennis en ervaringen die ik heb, en die wil ik doorgeven aan anderen om verschil te maken voor  de armsten in deze wereld. Natuurlijk is het fijn om voldoende geld op de bank te hebben, en te wonen in een huis waar je droog zit. Maar als je geluk afmeet aan de hoeveelheid geld die je verdient, de grootte van je huis en leuke vakanties, dan heb je een armzalige kijk op het leven."

Ze kon ieder moment stikken


Op de vraag welke patiënt dr. Gary nooit zal vergeten, draait hij zich om en wijst naar een foto op een van de volgeplakte wanden. "Edoh uit Togo was 9 toen ze bij ons kwam met een tumor in haar gezicht, die er al vijf jaar zat. Haar ouders hadden bijna al hun geld gespendeerd in hun zoektocht naar iemand die hun dochter kon helpen en hadden de hoop al opgegeven. Tot ze over Mercy Ships hoorden. Ze kwamen naar de screening, waar een massa mensen al in rijen stond te wachten. Er stonden veel mensen met een tumor, maar iedereen die naar Edoh keek, wist dat zij er verschrikkelijk slecht aan toe was. Door de tumor kon ze nauwelijks nog ademen. En toen gebeurde het: de mensen die  in de rij stonden, tilden haar op en gaven haar boven hun hoofd aan elkaar door. Zo kwam ze letterlijk over de mensenmassa heen en bereikte ze de compound waar wij de screening deden. Toen we haar zagen, kon ze ieder moment stikken. We hebben haar kunnen helpen en inmiddels is Edoh 14 jaar. Ze wil verpleegster worden en mensen helpen, net zoals zij is geholpen." Dr. Gary's ogen lichten op: "Dat is het! Haar verhaal inspireert mij enorm. Dit maakt het waard om te volharden als het moeilijk is."

Hoe lang blijft hij dit werk nog doen? "Zolang ik kan. Zoals moeder Teresa ooit zei: 'God heeft me nooit geroepen om succesvol te zijn, maar om trouw te zijn.'"

Tekst: Mirjam Hollebrandse Beeld: Ruben Timman

Weetjes 

  • De Africa Mercy is 152 meter lang en 23,7 meter breed. 

  • Sinds de aankoop van het eerste schip, de Anastasis, in 1978, heeft Mercy Ships met haar schepen 579 havens bezocht in 75 landen. 

  • De Africa Mercy telt 5 operatiekamers en 82 bedden voor patiënten. 

  • Op de Africa Mercy worden 3000 operaties per jaar verricht. Momenteel wordt in China een tweede schip gebouwd. Als dat 2018 in de vaart komt, zal het aantal operaties per jaar meer dan verdubbelen. 

  • Om de Africa Mercy draaiend te houden, is per dag 14.000 euro nodig. 

  • Sinds 1978 zijn er meer dan 300 Mercy Shipshuwelijken ontstaan. Dat zijn er zo'n tien per jaar. 

  • Op het schip wonen zo'n 400 bemanningsleden, uit ongeveer veertig verschillende landen. Per jaar komen er zo'n 1000 vrijwilligers aan boord, van wie 100 uit Nederland. 

  • Er wonen momenteel ongeveer 33 kinderen aan boord, met 14 verschillende nationaliteiten. Zij volgen onderwijs op het schip.