Menu

Ik besta niet

Lees mijn verhaal

Doneer

Ik ben Jannat

Biografie

Naam: Jannat Ara
Leeftijd : 11 jaar
Geslacht: Vrouw
Volk: Rohingya
Geboren in: Myanmar
Woont in: Bangladesh
Nationalititeit: Geen

 

 

 

Doneer

"Toen ik uit Myanmar vluchtte...

...was ik pas 8 jaar oud. Samen met mijn ouders, broer Jannat Ullah (11), broertjes Sadek (5) en Ebabur Rahman (3) en m'n zusje Mostakima (2) woonde ik in het dorp Renungnasa in Myanmar. Ons dorp was niet groot, de meeste mensen waren arme boeren.”

“Mijn vader was ook boer en verbouwde wilde peper. Dat wordt bij ons in Myanmar veel gegeten. Hij werkte de hele dag. Daarnaast hadden we thuis dieren en een moestuin. Mijn moeder was altijd thuis en kookte en zorgde voor ons. Het was hard werken voor m’n ouders en we hadden niet veel geld.”

"Ik was gelukkig"

In Myanmar zat Jannat op school en ze hield van sporten en gedichten voorlezen. In haar laatste schooljaar, vlak voor de vlucht, won ze de eerste prijs met het voordragen van gedichten. “Toen ik met de prijzen thuiskwam, waren mijn ouders heel erg blij, het was een  fijne dag.”

"Ik was gelukkig in Myanmar. Ik speelde veel met mijn vriendinnen Monoara, Fatema, Momotaj Begum en Kaidya. We gingen met z’n allen naar de school naast de moskee. We zaten daar hele middagen te kletsen en te spelen.”

“Monoara, Nur Fatema, Momotaj Begum en Nur Kaidya zijn ook naar Bangladesh gevlucht. Ze wonen niet in mijn kamp, Kutupalong-kamp. Ze zijn verspreid over verschillende andere kampen in Cox's Bazar. Ik zie ze bijna nooit meer en mis ze erg.”

Jannat en haar vriendinnen zijn slechts vijf kleine meisjes in de grote groep van bijna één miljoen Rohingya vluchtelingen. In 2017 sloegen zij massaal op de vlucht voor het geweld in hun thuisland Myanmar.

De Rohingya

Doneer

Myanmar

Jannat is geboren in Myanmar in Zuidoost Azië. Myanmar is een buurland van Bangladesh en zo’n 8000 kilometer verwijderd van Nederland.

Zij woont de eerste jaren van haar leven samen met haar ouders in de staat Rakhine , een provinciestaat in voormalig Birma, het huidige Myanmar. In deze staat wonen de meeste Rohingya, die een etnische minderheid vormen binnen Myanmar.

Wereldwijd zijn er tussen de 1,4 en 3 miljoen Rohingya. Het merendeel daarvan is moslim, net als Jannat en haar ouders. Thuis wordt er een dialect van het Bengali uit Bangladesh gesproken.

In Myanmar worden Rohingya niet erkend als officiële inwoners van het land. Ze hebben geen staatsburgerschap. Dit betekent dat ze geen officiële rechten of plichten in Myanmar hebben, met alle gevolgen van dien. Bovendien is de meerderheid van de Rohingya soennitisch moslim, wat conflicteert met de overwegend boeddhistische bevolking van Myanmar.

De geschiedenis...

...van de Rohingya is omstreden. In een jarenlange strijd door de decennia heen, ligt de waarheid soms in het midden. Beiden kanten maken zich schuldig aan moord en doodslag. Toch zijn de gruwelijkheden die dit volk te verduren heeft gehad onmenselijk en zoals vaak in een conflict, zijn veel onschuldige mensen slachtoffer geworden van geweld tussen machten, krachten en de verschillende politieke en religieuze belangen. Om een beetje context te schetsen volgt hieronder een grote lijn van het conflict gedurende de afgelopen decennia. 

Over de herkomst van de Rohingya zijn de meningen verdeeld. Wikipedia zegt er het volgende over:

Er bestaan twee theorieën over de herkomst van de Rohingya:
1. Het is een autochtone bevolking van de Birmese staat Rakhine.
2. Het is een migrantengroep die oorspronkelijk in de omgeving van Bangladesh leefde en tijdens de Britse overheersing naar Myanmar is gemigreerd.

De Birmese overheid heeft de voorkeur voor de tweede theorie en ziet de Rohingya als ongewenste vreemdelingen die niet horen bij de minderheden van Myanmar en ook niet tot de volkeren die in Myanmar leven. Volgens de Verenigde Naties zijn de Rohingya een van de meest vervolgde minderheden ter wereld.

1942

Al in 1942 begint het eerste conflict in de staat Rakhine. Het Britse leger dat tot dan toe de scepter zwaait, moet zich door de invasie van het Japanse leger in de tweede wereldoorlog, terugtrekken uit Birma, Myanmar.

Er ontstaat een machtsvacuüm in de provincie Rakhine, met grote ruzies tussen de boeddhistische inwoners van Myanmar en de islamitische Rohingya bevolking. Er komt een conflict tussen Birmezen die voor en tegen onafhankelijkheid  zijn.

Onafhankelijkheidsstrijders vermoorden op 28 maart 1942 ruim 5.000 moslims. Als reactie daarop vermoorden de  Rohingya op hun beurt zo’n 20.000 mensen in het noorden van Rakhine. De Japanners bemoeien zich er mee en duizenden Rohingya worden verkracht, vermoord of gemarteld. Ruim 60.000 Rohingya vluchten naar Bangladesh om het geweld te ontvluchten.

Jaren 60

In de jaren vijftig en zestig ontstaan er regelmatig gewapende conflicten tussen het Birmese leger en Rohingya-opstandelingen. De Rohingya willen de stukken land waar zij wonen samenvoegen met voormalig Oost-Pakistan, nu Banglasdesh. Het Birmese leger slaat deze opstanden neer.

Jaren 80

In de jaren 80 begint een nieuw conflict, deze keer door islamitische opstandelingen van Pakistaanse en Rohingya-afkomst. Het leger van Myanmar antwoordt met de militaire operatie King Dragon, met als doel de Rohingya bevolking te verdrijven. Opnieuw veel moord, verkrachting en geweld. Een grote vluchtelingenstroom van zo’n 200.000 Rohingya richting Bangladesh komt op gang.

2012

In de zomer van 2012 barst de spanning tussen de islamitische Rohingya en boeddhisten in de Birmese staat Rakhine opnieuw los. Hele moslimwijken worden geplunderd en verbrand. Opnieuw vluchten ongeveer 90.000 Rohingya naar elders. De Birmese overheid zou weinig hebben gedaan aan het geweld tussen de bevolkingsgroepen.

Steeds meer extreme moslimgroeperingen wereldwijd gaan zich bemoeien met het conflict. Ze dwingen gematigde of anders religieuze Rohingya tot moskeebezoek, trainen militanten en overvallen Myanmarese politie- en grensposten. Het leger van Myanmar slaat hard terug.

2017

Op 25 augustus 2017 volgt een climax lijkt het wel. Onlusten waaien opnieuw op. Gruwelijk geweld volgt. Het is voor het eerst dat het woord genocide valt, nadat getuigen spreken over enorme aantallen meisjes en vrouwen die zijn verkracht, mannen van wie de keel is doorgesneden en slachtoffers die levend zijn verbrand. Er lijkt sprake te zijn van planmatige etnische zuiveringen door het leger van Myanmar.

Cox's Bazar

Honderdduizenden Rohingya vluchten wederom naar Bangladesh. Bengaalse immigratiediensten registreren in totaal 1,04 miljoen nieuwe aankomsten. De grootste uittocht ooit. Het merendeel woont sindsdien in het grootse vluchtelingenkamp ter wereld: Cox’s Bazar.

Onder hen zijn Jannat, Hasina en Mohammed. Hieronder volgt hun indringende verhaal.

Moord en verkrachting

Doneer

25 augustus 2017

Het is 25 augustus 2017 als Jannat wakker wordt van gegil in haar dorp. Het wemelt er van de militairen, die schreeuwen en op deuren slaan. Ze hoort een baby gillen en ziet dat huizen in brand gestoken worden. Mensen worden uit hun huizen gesleurd, de chaos is enorm. Een groep vrouwen wordt weggevoerd. Hasina is één van hen.

“Het leger  begon één voor één huizen plat te branden. Ik was bang en kon niet buiten spelen."

"Op de dag dat ze ons dorp aanvielen en we ons huis verlieten, werd mijn oom doodgeschoten. Ons huis werd in brand gestoken. We waren doodsbang en probeerden ons dagen achtereen te verbergen, maar het hield niet op.”

Het leger van Myanmar is een etnische zuivering begonnen. Gewapende milities vallen dorpen binnen en niemand wordt gespaard. Mannen, vrouwen, kinderen en zelfs baby’s worden op gruwelijke wijze verminkt en vermoord. Ook Jannat, haar ouders, broers en zussen vluchten hun huis uit en kunnen op tijd wegkomen.

Hasina en de andere vrouwen komen niet op tijd weg... Soldaten sluiten hen in. In Cox's Bazar vertelde ze haar verhaal aan Selina en Zannatul, twee medewerkers van TEAR, die de vrouwen in de kampen helpen bij het verwerken van hun trauma's. 

Het verhaal van Hasina...

...staat niet op zichzelf. Hulpverleners praten daarom met de vrouwen over de trauma’s die ze hebben meegemaakt. Eén van hen is Rekha Aktar, zij werkt voor hulporganisatie TEAR:

“Het is voor de vrouwen belangrijk om hier bij elkaar te kunnen zijn. Ze zitten vaak de hele dag binnen, zonder licht en soms zonder eten. Op deze manier kunnen ze met elkaar delen wat er is gebeurd. We proberen ze moed in te spreken en dat lucht ze meestal op. Ik zie vaak tranen in hun ogen als ze beschrijven wat er is gebeurd.”

Hasina vertelt verder...

Shahida Eyusuf

Ook Shahida ziet vreselijke dingen. Gelukkig bereiken zij en haar zoontje het kamp op tijd en krijgt ze hulp.

‘’Mensen werden vermoord, kinderen werden met hakmessen gedood. Er zijn veel doden gevallen, ons dorp werd platgebrand." 

‘’Toen ons huis in brand stond, vluchtte ik met de kinderen naar buiten. Mijn zoontje had ik vast maar de andere miste nog. Tijdens het rennen, hoorde ik hem vanuit huis schreeuwen. Ik ben teruggegaan en heb zijn brandende kleren uitgetrokken en ben weer naar buiten gerend. Ik heb modder op z’n wonden aangebracht.’’ 

‘’Na vijf dagen in de jungle kwamen we aan in Bangladesh. Daar is mijn zoontje pas behandeld.”

Mijn zusje verdronk bijna!

"Toen alles in de brand stond, konden we niet meer terug naar ons huis. Samen met heel veel andere samen uit ons dorp zijn we toen gevlucht.”

“Mijn ouders hebben ons heel hard door de jungle meegetrokken. Mijn vader nam mijn jongere broers en zussen op zijn schouder en mijn moeder nam mijn jongste zusje Mostakima in haar wieg mee. Toen we op weg naar Bangladesh een rivier overstaken, sloeg het water het mandje met mijn jongere zusje uit de handen van mijn moeder. Toen Mostakima bijna in het water verdronk, huilde en schreeuwde mijn moeder hard. Mijn vader sprong haar achterna en redde haar net op tijd uit het diepe water van het kanaal.”  

We liepen heel erg lang.

"We gingen een hele lange weg door de jungle. Soms raakten we de weg kwijt en konden we de juiste weg bijna niet vinden. Het was heel eng en het duurde heel lang en ik was heel moe toen we uiteindelijk de grens met Myanmar overstaken en in Bangladesh aankwamen.”

“Toen we in de jungle naar Bangladesh kwamen, zagen we opeens een gigantische olifant, ik was heel erg bang. Mijn jongere zusje huilde toen ze 's nachts vossen hoorde schreeuwen. Op het laatst waren we allemaal zo moe. We hadden al we heel lang geen eten gehad, ik kon bijna niet meer lopen... toen waren we er gelukkig”

Een nieuw begin.

Jannat en haar ouders krijgen een kleine tent in het immense tentenkamp Cox’s Bazar. Ze wonen in Kutupalong-kamp, één van de deelkampen. Kleine straatjes en heuveltjes verbinden de huisjes aan elkaar.

Ook Mohammad Hanif woont in het kamp. Hij heeft tijdelijk werk, via een cash-for-work project, dat is opgezet. Hij werkt bij de latrines en is blij met iedere dag dat hij leeft, maar hij kan de gruwelijkheden in z’n thuisland niet vergeten.

Vriend of Vijand

Ook Jannat is dankbaar voor de veiligheid in het kamp.

 

"In Myanmar werden we altijd bang als we militairen om ons heen zagen, omdat ze onze mensen martelden en vermoordden en ook onze huizen in brand staken. Toen ik in Bangladesh aankwam, was ik ook bang toen we het leger zagen. Gelukkig deden ze ons geen kwaad. We zijn nu heel dankbaar voor de plattelandsbewoners in Bangladesh die ons in het begin voedsel en onderdak gaven.”

 

Het kampleven

Doneer

De vluchtelingen strijken neer...

...in het vissersplaatsje Cox’s Bazar. De plaats is vernoemd naar sir Cox, een officier van de Britse Oost-Indie Compagnie. Saillant detail is, dat deze man zich rond 1790, al inzette om het lot van vluchtelingen te verbeteren.  Inmiddels is het historische kustplaatsje Cox’s Bazar uitgegroeid tot het grootste vluchtelingenkamp ter wereld.

Het kamp is onderverdeeld in 34 deelkampen en hulporganisaties bieden hulp waar mogelijk, maar de situatie in het kamp is moeilijk. Bijna een miljoen mensen wonen hutjemutje op elkaar. Veel kinderen wonen alleen en ook de vrouwen zonder man zijn kwetsbaar. Bovendien is de uitzichtloosheid een voedingsbodem voor radicalisering en zijn jongeren daardoor makkelijk vatbaar voor de propaganda van extremistische groeperingen. 

Bestaande bebossing en begroeiing wordt massaal gekapt om als brandhout te dienen voor kookvuurtjes. De grond verliest daardoor zijn stevigheid. Zeker in het moessonseizoen zorgt dat voor gevaarlijke situaties. Hele stukken land spoelen weg door de regen en het kamp is moeilijker toegankelijk voor hulp.

De situatie die nu al drie jaar duurt is onhoudbaar. De spanningen lopen op. Onderling, maar ook met de Bengalezen die al eerder in het gebied woonden. Want midden tussen de vluchtelingen wonen ook nog Bengalezen. Zij woonden al generaties lang in dit gebied, maar zijn door de komst van de vluchtelingen hun land en dieren kwijtgeraakt. Deze, al arme Bengaalse bevolking, houdt het hoofd amper boven water en heeft hulp nodig.

Stel je voor, dat een miljoen Belgen opeens in Zeeland komt wonen. Dat je hele achtertuin wordt volgebouwd met tenten. Niet alleen jouw tuin, maar ook die van àl je buren. Eén miljoen mensen in je dorp en dat al drie jaar lang…

Bangladesh...

...biedt op dit moment een schuilplaats aan 1 miljoen Rohingya vluchtelingen, maar juist kinderen zijn kwetsbaar. Veel van hen hebben geen ouders. Juist daarom wil hulporganistatie TEAR hen een plek bieden, waar ze hun verhaal kwijt kunnen en kind kunnen zijn.

"Ik help anderen vanuit mijn hart."

Zegt Selina Aktar, ze is Bengaalse en werkt vanuit de lokale kerk voor TEAR in het vluchtelingenkamp.

“Het is belangrijk. Deze mensen hebben zo zwaar geleden. Als we ze niet opzoeken, schieten we tekort. Ze zijn naar ons land gevlucht en ze zijn nu hier. We luisteren naar ze als ze hun verhalen vertellen. Dat verzacht de pijn. Dat motiveert mij. Vooral dat.’’

Hoop voor de Rohingya

Doneer

We shall overcome!

“Ik en mijn zusje Mostakima gaan naar de zogeheten child-friendly-spaces. Zij was degene die bijna verdronk in de rivier, nu is ze al vijf. We hebben zelfs een nieuw zusje, zij is in het kamp geboren, ze heet Asmida en is 2 jaar en 8 maanden oud.”

“In het centrum leerden Mostakima en ik tekenen, zingen en we deden verschillende spelletjes. Nu is het centrum dicht vanwege corona. We moeten nu thuisblijven in onze shanty, in onze tent. Het is heel erg saai. We kunnen niet weg en ik kan geen spelletjes spelen met mijn vrienden. In het kamp zijn veel beperkingen opgelegd om ons te beschermen tegen het coronavirus. Ik begrijp het, maar het maakt me ook verdrietig.”

Gelukkig voor Jannat is er inmiddels vanuit de overheid toestemming om activiteiten in het kamp te hervatten. TEAR verwacht de Child-Frinedly-Spaces half september weer geopend gaan worden.

Hulp aan de Rohingya

Hulporganisatie TEAR doet er alles aan om te helpen. Ze helpen bij het aanleggen van sanitaire voorzieningen en van systemen voor schoon drinkwater om ziektes te voorkomen. Om verspreiding van het coronavirus in te dammen, krijgen de mensen in het kamp bovendien een pakket met zeep, een emmer en zakdoeken. Omdat de meeste Rohingya verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt, is er speciale aandacht voor de verwerking van trauma’s. De kinderen krijgen schoolspullen zoals een tas, boeken en potloden. Volwassenen worden geholpen om geld te verdienen, zodat ze hun eerste levensbehoeften kunnen kopen. Jongeren kunnen een vak leren, zodat ze later zelf geld kunnen gaan verdienen.

Hoewel de situatie nijpend is, gaan hulpverleners onvermoeibaar door met het bieden van hulp.

Overdag wordt onze tent heel heet.

De tent is gemaakt van zeildoeken en bamboe en staat op de helling van een berg. Soms kunnen we niet slapen uit angst voor aardverschuivingen, vooral tijdens de moesson. Ik voel me vaak verdrietig dat ik in het kamp woon. Ik wil hier niet het kamp in Bangladesh blijven."

"Ze dromen van een terugkeer...

 …naar Myanmar, want dit is niet hun vaderland. Als Rohingya zijn ze blij met de hulp, maar ze willen graag erkend worden als Rohingya. Een eigen identiteitskaart, staatsburgerschap. Dan kunnen ze in Myanmar als Rohingya een bestaan opbouwen. Dat blijft hun droom.”

Juist dat is iets wat Rekha Aktar en haar collega's niet kunnen regelen. Wat ze wel kunnen is naast deze mensen staan en praktische hulp bieden.

Ook wij kunnen naast deze mensen staan. We kunnen bidden, hun verhaal delen, doneren. Zodat Rekha, Sylvester, Zanatul en Selina hun werk kunnen blijven doen. Zodat Hasina haar pijn kan verweken en Mohammed een nieuw bestaan kan opbouwen en Jannat haar droom kan verwezenlijken.

 

 

Doneer

Geef voor de Rohingya!

De schrijnende waarheid is dat sinds Jannat, Hasina en Mohammed in het kamp zijn komen wonen, de situatie niet verbeterd is, eerder verslechterd. Er is geen uitzicht op terugkeer naar eigen land en door het coronavirus is het kamp nog meer afgesloten van de buitenwereld. TEAR doet er alles aan om de situatie voor de Rohingya in het kamp te verbeteren.

Om dit te kunnen blijven doen, is geld nodig. Daarom komt EO Metterdaad in actie. Deel het verhaal van de Rohingya en maak uw gift over. Zodat we hulp kunnen blijven bieden aan deze getraumatiseerde vluchtelingen.

Hartelijk dank!

Doneer

De Rohingya op tv

Deze hele maand zendt EO metterdaad op NPO 2 afleveringen uit over de Rohingya.

Kijk op zaterdag 12, 19 en 26 september om 17.10 uur naar NPO 2. Kijk hier de afleveringen terug.